Behind the Lens: Theo Acworth

2026-03-25

Theo Acworth is een lange, welbespraakte Engelsman. Een beetje eenbuitenbeentje in de snowboardscene, maar eentje die snowboarden een stuk bruisender maakt. Zijn werk herinnert je eraan dat de interessantste verhalen vaak een beetje aan de zijlijn plaatsvinden: in de marges, tussen bestemmingen in en buiten het normale narratief over prestaties.

 

Hij is een echte rariteit, vooral geleid door zijn gevoel voor humor. Je vindt hem vaak op zoek naar verhalen die onze cultuur meer diepgang en kleur geven, of bezig met zijn eigen "nevenprojecten" op evenementen. With a stellar career spanning snow, skate, and commercial work, we gave Theo a call at home in Innsbruck to talk about beginnings, techno, life as an Editor-in-Chief, and brutalism.

Stel je even voor, voor wie je nog niet kent.

Hallo, mijn naam is Theo, ik fotografeer en ik schrijf zo nu en dan warrige verhalen om mijn brood te verdienen. Ik fotografeer dingen die ik mooi, interessant, grappig of gek vindt en verrassend genoeg is het me gelukt daar mijn werk van te maken. Om onbekende redenen fotografeer ik ook graag duiven.

 

Hoe ben je begonnen met fotografie?

Ik was ongeveer 13 of 14 jaar oud toen ik mijn eerste foto's maakte. Het klassieke verhaal: fotocamera van ouders, kind maakt er foto's en clips mee van zichzelf en zijn vrienden die er zo cool mogelijk uit proberen te zien.  Mijn opa maakte de mooiste collectie familie-albums, hij was bijna een archivist. Mijn overgrootvader was een oorlogscorrespondent die de geallieerde campagne in de Pacific volgde en was de enige persoon die de Japanse overgave filmde in 16mm-kleur, dus ik denk dat ik het filmen en fotograferen niet van een vreemde heb. Hoewel ik niet zeker weet wat hij zou vinden van het feit dat mijn carrière vooral bestaat uit foto's van mensen die op en van dingen springen en daarbij regelmatig op hun hoofd vallen.

 

En hoe ging het daarna verder?

Het eerste waar ik foto's van maakte was iets wat mountainboarding heette. Als je niet weet wat dat is, google het maar eens, het is behoorlijk ziek. Zoiets als een hybride tussen een snowboard, een skateboard en een mountainbike. Een vriend van mij heeft me ermee in aanraking gebracht; er is een fascinerende niche-scene en we reisden door het Verenigd Koninkrijk en Europa, kampeerden op velden, maakten foto’s en bewerkten die.

 

Toen ik 14 was, verhuisde ik naar Nieuw-Zeeland op een paar uur van een skiresort, waar ik de kans had om snowboarden te proberen. We spoelen een paar jaar vooruit: toen ik terugkwam in Europa leidde een toevallige ontmoeting met professioneel snowboarder Sebi Geiger op een festival in Wales tot een connectie met Oostenrijk. Ik hielp zijn cameraman Sebi Madlener met het filmen van wat alternatieve beelden voor een webserie getiteld Different Direction, wat er uiteindelijk toe leidde dat ik de hele winter bij hen bleef. Op een bepaald moment kreeg ik een baan aangeboden als hoofdredacteur van Method Magazine. Ik had geen enkele ervaring met het werken voor een tijdschrift, maar ik was altijd al groot fan van de stijl van Method dus heb ik deze kans met beide handen aangegrepen. Ik werk nog steeds met ze op speciale projecten maar meestal werk ik direct voor merken.

En nu woon je in Innsbruck?

Een trip van zes maanden werd uiteindelijk tien jaar, wat behoorlijk absurd is. Er zijn niet zo gek veel plekken in Europa waar je in een stad midden in de bergen woont en waar je zo ontzettend veel mogelijkheden zo dichtbij hebt, en ook nog eens zo’n levendige snowboardscene. Het is ook een geweldige stad om te skaten.

 

Vertel ons eens meer over je tijd als redacteur van Method Magazine.

 

Dat waren een paar leuke jaren. Ik heb mijn best gedaan om een tijdschrift te maken dat elke snowboarder met plezier zou openslaan. Ik heb er waarschijnlijk te veel inhoud in willen proppen, maar Pwee, de art director, zorgde er altijd voor dat het er fantastisch uitzag.
En het maakte niet uit of iemand gesponsord was of niet; als iemand de moeite nam om me een coole foto of een grappig verhaal te sturen, maakte het kans om erin te komen. Ik verstopte ook regelmatig scheldwoorden in de lay-out, gewoon om zelf wat lol te hebben.

 

Wat vind je van die mix van fotografie en schrijven? Gaan ze hand in hand?

Ik hou ervan. Het combineren van tekst en foto’s is iets dat ik heel leuk vind en er zijn ontelbare manieren om een verhaal op te bouwen in plaats van de klassieke vertelwijze als "we waren hier en hebben deze tricks gedaan", dat al snel gaat vervelen. Werken voor Method heeft daarbij geholpen, want ik was al aan het bedenken hoe iets als verhaal zou kunnen werken terwijl ik het aan het fotograferen was. In plaats van duizenden actiefoto’s te maken, zou ik dan bijvoorbeeld zoiets geks als een Gameboy-camera gebruiken en grappige uitspraken opschrijven.

 

Waarmee fotografeer je meestal?

De Leica Q3 is mijn favoriet, een onopvallende, prachtige camera. Ik merk dat ik er minder foto’s mee maak, maar de foto’s die ik wel maak, zijn veel waardevoller. Hij is perfect om de tussentijdse momenten vast te leggen. Ik hou ook van B&W 35mm; het is altijd fijn om een kleine pocketcamera bij de hand te hebben.

 

We hebben gehoord dat je nogal een technofoob bent?

Ja, ik hou helemaal niet van techno, het is al tijdenlang altijd dezelfde beat, wat wat mij betreft behoorlijk saai. Ik ben meer van de drum & bass. Maar als je technologie bedoelt, dan nee, daar heb ik geen problemen mee. Ik heb een 360-camera gebruikt op het flitserschoentje van mijn fototoestel om BTS-clips te maken, wat echt leuk was.

Wat zijn tot nu toe je meest memorabele reizen geweest?

Een reis die er echt uitsprong was in Oslo. Ik was er al een week om opnames te maken voor K2 en mijn team stond op het punt te vertrekken, maar het zou nog meer gaan sneeuwen, dus boekte ik het goedkoopste eenkamerappartement dat ik kon vinden en verdeelde ik mijn tijd de week daarop over alle teams die er nog wel waren. Gewoon met openbaar vervoer en Ubers van en naar spots. Het was echt leuk om gewoon mijn eigen programma te volgen.

 

Gekste moment dat je hebt ervaren op een reis?

Een Italiaanse vrouw probeerde eens onze cameratas te stelen en gooide vervolgens een kop thee naar ons toen we hem terugpakten. Ik werd ook een keer achtervolgd in het bos door een Aueroend, een prachtige vogel die op een kalkoen lijkt, maar deze was erg territoriaal en zag er tamelijk dreigend uit toen hij ons uit zijn leefgebiedje joeg.

 

Hoe belangrijk is de crew waarmee je reist?

Meestal zitten we met z’n allen opeengepakt in vrij goedkope, krappe accommodaties of busjes, dus dan is het zeker fijn om leuke mensen om je heen te hebben. Ik vind het ook leuk om fotoshoots te doen met mensen die het niet al te serieus nemen en weten hoe ze plezier moeten maken. Uiteindelijk springen we gewoon ergens op en af; het is niet zo dat we iets wezenlijks bijdragen aan de wereld.

Opvallende rijders om vast te leggen?

Sparrow Knox is een favoriet, want je kunt hem overal mee naartoe nemen en hij vindt altijd wel een manier om te snowboarden en zich te vermaken. Hundi is er ook zo één, haar energie haalt de hele crew omhoog. Halldór Helgason is ook een absolute topper. Hij zou zelfs nog steeds positief blijven als hij op zijn hoofd zou landen.

 

Favoriete fotolocaties?

Waar dan ook met Moderne of Brutalistische architectuur. Ik let meestal eerst op het esthetische aspect en bedenk daarna hoe ik het snowboarden en skateboarden in beeld kan brengen. Enorme betonnen constructies zijn mijn absolute favoriet.

 

Wat zijn de uitdagingen die je bent tegengekomen onderweg?

Eerlijk gezegd is het vinden van een regelmatige stroom opdrachten de grootste uitdaging als zelfstandig fotograaf. Maar als het sneeuwt met zijwind, kan het een hele uitdaging zijn om foto’s te maken: je uitrusting wordt nat en je camera kan niet scherpstellen door de sneeuwvlokken.

 

Heb je nog iets toe te voegen, als laatste woorden voor het internet?

Met beleefd zijn kom je heel ver. En kijk nooit te lang naar je tong in de spiegel, dat is raar.